Welkom op mijn brandnieuwe website/blog! Hij werd boven de doopvont gehouden op 23 september 2019, Hij kwam tot stand dankzij de hulp van webmaster Peter Wuyts (www.10is-soft.biz). Veel literair en poëtisch plezier toegewenst!

4. een 'coronagedicht', ik kon niet achterblijven

 

KWIJT

 

Waar zijn de dagen, de talloze dagen, dagen zonder naam en niet geteld,

dagen waar de wolken overheen gesneld, gedenderd, waar de wolken overheen

gedweild, dagen verdronken in wolk, dagen wolkenloos en strak.

 

Mijn vinger wil ze opnieuw doorbladeren, die dagen, zoals de stapel borden

wanneer de tafel moet gedekt, wil strijken het vallicht over meubel en kast, tekens

aanbrengen in het bedaagde stof, stilleggen de tijd.

 

Waar zijn de dagen, de wolken, het licht, wie heeft ze voor ons verzegeld, voor ons bewaard?

foto Joëlle Jansen

3. Sinds 1 september 2019 geef ik de cursus 'creative writing' aan de stedelijke academie in Genk, momenteel maken 7 gemotiveerde en talentvolle studenten deel uit van mijn schrijfklas. Mocht je interesse hebben en nog willen aansluiten, de cursus gaat door telkens op maandagavond, 1 groep start om 15.30u, een tweede groep start om 18.15u, je bent van harte welkom.

2. Vandaag leuk nieuws! een derde !!! recensie van mijn laatste bundel 'beyond...'

 

Recensie Beyond here lies nothin’ Herman Rohaert 
 

Uitgeverij P, 2019, 64 blz., EUR 17,95 
In de ‘Envoi’, het gedicht waarmee Herman Rohaert zijn bundel ‘Beyond here lies nothin’ opent, wordt subtiel verwezen naar de verdere structuur van het geheel: hij heeft het over ‘de stilte leeg en diep / en ijl de rook’, over ‘Weg noch richting, / in- noch doorzicht’ als aanduidingen van het niets, de leegte die thematisch zal worden uitgewerkt in de erop volgende afdeling, maar ook over ‘Enkel het besef, / enkel dit wat blijft: / beyond here lies nothin’ / nothing but love’: de liefde die in de tweede grote afdeling zal worden aangereikt onder de overkoepelende titel ‘Amore’. Als scharnier tussen beide afdelingen fungeren twee In Memoriamgedichten, resp. gewijd aan Rogi Wieg en Joost Zwagerman. En om het geheel dan gestroomlijnd af te ronden volgt er aan het slot van de bundel nog een ‘Finale’. Een stevig doordachte opbouw dus van een bundel die het in zijn totaliteit misschien wel iets te veel moet hebben van die rationele benadering die een spontane en direct-poëtische zegging voor de voeten loopt. ‘Gebed in niets’: zo luidt de titel van de openingsafdeling. De gedichten  erin ademen een sfeer van verlatenheid, van ‘nothingness’, van oplossen en verdwijnen , ‘het witte vergeten’ (uit het gedicht ‘Nacht en dag’). Op zijn best is Rohaert hier wanneer hij aansluitend aan beeldend materiaal (onder meer ‘The Angel’ van Michaël Borremans, die ook op het omslag van de bundel prijkt), de reis naar het niets evoceert. Ik onthou hier vooral het gedicht ‘Duinkerke’ (bij een foto van Ruben van Eeckhout) : ‘onvolledigheid is norm, tijdelijkheid /.een scheve paal zonder bord, welkom / in nergens’. Het nergens dat ook meespeelt in de twee gedichten uit de scharnierafdeling ‘The end’. Over Rogi Wieg bijv. schrijft hij dat poëzie misschien wel de moedertroost was, ‘maar vooral, er is de moeheid en de moedeloosheid’. Als tegengewicht is er dan de afdeling ‘Amore’. Geen jubelende verzen, maar eerder een pleidooi bij ‘de onverzettelijke schoonheid van langzaam’ (uit ‘Traag’), een voorzichtig aftasten van de herinneringen (onder meer aan een bezoekje aan Amsterdam, ‘niet gebrand waren we op terugkeer’, of een verblijf in Rome, ‘ondertussen schrijf ik met mijn vingertoppen de / geografie van je huid’). Of nog, uit het gedicht ‘Hippodroom’: ‘Bestudeer ik de grammatica van je gebaren, zoek en vind / ik herkenning.’ Die weg naar de herkenning leidt uiteindelijk naar de ‘Finale’, waar Rohaert het heeft over ‘een hersteld landschap. // Zo wij.’ Of: hoe in de allerlaatste verzen van deze bundel het ik uitvloeit in de harmonie van het ‘wij’.   
 
[Jooris van Hulle] 
 

1. Fijn nieuws! al een vierde! recensie van 'beyond here lies nothin''

 

Liefdespoëzie in tijden van nihilisme door Kamiel Choi

 

De bundel Beyond here lies nothin’ van Herman Rohaert is mooi vormgegeven en bevat enkele indrukwekkende kleurenillustraties. Op de kaft is het schilderij The Angel van Michaël Borremans te zien: een androgyne mensenfiguur met een zwartgeschminkt gezicht in een lange roze gordijnachtige jurk. Wat mij verder direct opviel waren de titels van de afdelingen: ‘Envoi’, ‘Gebed in niets’, ‘The end’, ‘Amore’ en ‘Finale’. De liefde is het reddende; de bundel lijkt een poging om het bijtende zuur van het nihilisme te overwinnen door onze herinnering met de gouddraad van de liefde te verweven.

Het motto ‘beyond here lies nothin’ is afkomstig van een liedje van Bob Dylan uit 2009 en bevestigt die raison d’être van deze bundel:

beyond here lies nothin’
nothing but love. As long
as you will love me, my
throne the whole world will be.

De bundel begint met een nihilistische inslag. Zo wordt er, na enkele expliciete vermeldingen van de leegte en het niets, een paal zonder bord bij Duinkerke beschreven, en een bord zonder opschrift bij Kosovo, geïllustreerd met mooie foto’s van Ruben van Eeckhout. Dit zijn voormalige oorlogsgebieden, plaatsen waar men kan en moet zwijgen:

Hier stolt het woord
voor het uitgesproken,
hou je hoop en droom
achter gesloten lippen
voor ze verstarren tot
snijdend kristal.

De verstilde plaatsen maken het nihilisme voelbaar, en bereiden op die manier de overwinning ervan – door de liefde – voor.

De liefde wordt vooral geëvoceerd door het nauwkeurige esthetische taalgebruik. Het is de ambitie van deze poëzie dat ieder woord telt, dat een enkel woord een groots innerlijk landschap kan oproepen waarin we de liefde als mogelijkheid kunnen veronderstellen. Rohaerts bedoeling lijkt het om de liefde met louter woorden op te roepen. Hij is zich bewust van de beperking van taal, getuige de afbeelding van een leeggeschreven rood boekje halverwege de bundel en twee waardige in memoriams, voor de overleden dichters Rogi Wieg (1962-2015) en Joost Zwagerman (1963-2015) in een aparte afdeling getiteld ‘The End’ vóór de afdeling ‘Amore’ (wat mij betreft een wat lugubere compositie). De dood is in deze bundel vooral het ‘zwarte gat van het vergeten’, het wegvallen van de uitdrukkingsmogelijkheid van herinnering, van het vermogen inzicht te krijgen in ons herinneringsproces, en het misschien ooit te overwinnen. Dat laatste blijft het privilege van de liefde.

We ontmoeten in dit werk dus een zintuiglijke taal, zich van haar eigen grenzen bewust. Zo is een ‘moment taai maar nog niet vloeibaar’, ‘strijkt [de] laatste zon met lange vingers over de gevels’, is de maan een ‘witte klaproos tegen zwarte nacht’, de nacht een ‘donkere zinkplaat’. In een gedicht vergelijkt de dichter de geliefde met Mona Lisa en zal de glimlach naglinsteren als een ‘slakkenspoor van verbrijzeld diamant’.

Ondanks de sensuele toonzetting maakt deze bundel een programmatische indruk. Esthetische, speelse zintuiglijke beelden worden afgewisseld met cryptische uitlatingen, coderingen van wat er kennelijk gezegd moet worden. Ik betwijfel of dit de bundel sterker maakt. In de laatste afdeling ‘Amore’ wordt de toon soms wat vrijer en vinden we gedichten die we ronduit geil kunnen noemen (de auteur is tevens Germanist, en in het Duits is die term allang niet meer alleen seksueel). Die onbevangenheid kan mooie poëzie opleveren, mits zij halt houdt voordat murwe herhaling en kitsch toeslaat.

Ter illustratie van de poëzie in ‘Amore’ citeer ik het gedicht ‘Ruiter’ in zijn geheel:

Ik heb je opgezadeld, tors je, neem
je op mijn buikvel, dans onder de schok-
ken van je gestel, weet enkel nog
nu en jij.

Je rijdt en ik klamp je, je legt me lam, ik
draag je, te graag.

En als ik verstijf in mijn tuig, tril in mijn zweet,
ben ik smacht naar nog spoor en meer kniestoot,
sta ik in mijn adem en verzamel ik hijg.

Alles wijkt tot jij geraakt, hier mijn haver,
geef me je water.

In dit erotische gedicht waarin de rol van paard en ruiter steeds wordt gewisseld, is het de taal zelf die zin sticht door het goed gedoseerde binnenrijm en het raadselachtige halfrijm haver – water. Ik vind Rohaert in dat register op zijn sterkst. Zeer abstracte formuleringen, zoals de ‘leegte die alles omvat’ tasten naar mijn mening het imposante bouwsel van sensuele poëzie aan, dat deze bundel in aanleg is.
____

Herman Rohaert (2019). Beyond here lies nothin’. Uitgeverij P, 64 blz. € 17,95. ISBN 29789492339812

© 2019 Herman Rohaert

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now